| We brengen een bezoek aan de keurig nette moslimstad Bukittinggi. Een heel
groot verschil met bijvoorbeeld Medan. We zien een gedeelte van de 25 km lange kloof aan
de rand van de stad. Natuurlijk weer de gebruikelijke winkeltjes met toeristische
rommel. We kunnen door een tunnel aangelegd door de Japanners "Lobang Jepang"
afdalen naar de basis van de kloof. Dat besluiten we maar niet te doen. We brengen nog een
kort bezoek aan het oorlogsmuseum waarna we naar fort De Kock gaan. Als er nu iets niet de
moeite waard is van een bezoek dan is het dit fort wel. Via een fraaie brug over een
hoofdstraat bereiken we de dierentuin. Een stel olifanten, een Sumatraanse tijger en
enkele apen die zich hier ook niet thuisvoelen zijn de belangrijkste bewoners. De
speeltoestellen voor de kinderen kunnen een opknapbeurt gebruiken. Het deed mij even
denken aan mijn eerste bezoek aan Rusland waar in het park van de verworhenheden van de
Rusissche revolutie in Moskou ook speeltoestellen stonden die vergelijkbaar waren. Bij
de markt vragen we onze gids om ons vooral naar het niet-toeristische deel van de markt te
brengen. We komen via allerlei kleine paadjes aan bij de vogeltjesmarkt waar een heel
klein uiltje opvalt. Daarna met paard en wagen naar het centrum. Onze gids heeft nog een
raadsel voor ons:
"Wat is er fout aan de toren ?"
We gaan naar Koto Gadang, een wat verlaten dorp met redelijk goede huizen in een aparte
bouwstijl. We ontmoeten een echtpaar waar we de weg aan vragen en tot onze verbazing
spreekt de vrouw vloeiend Nederlands. Zij had al 33 jaar geen Nederlands meer gesproken
sinds zij in Leiden Nederlands studeerde. We worden uitgenodigd om bij haar thuis wat te
komen drinken.
Later gaan we naar het meer Maninjau via een weg met 44 haarspeldbochten. Elke bocht is
keurig genummerd. Aaan het meer eten we wat en zien een gigantische leguaan die vis
probeert te vangen.
's Avonds gaan we naar de Sakato dansgroep. De hofstalmeester is wat nerveus want het
is vanavond zijn debuut. Dat was ook te zien aan zijn outfit. De broek had iets korter
gekund.
Het publiek bestaat uit 14 mensen, maar toch krijgen we een hele show.
Algemeen:
De Minangkabau van West-Sumatra
West-Sumatra wordt ook wel eens Ranah Minang genoemd, het land van de Minangkabau. De
provincie telt 3,8 miljoen inwoners, waarvan 95 procent Minangkabauers zijn. De
Minangkabau maken 25 procent van de Sumatraanse bevolking uit. Ze wonen ook buiten
West-Sumatra, in Zuid-Tapanuli (Noord-Sumatra), rond de bovenloop van de Kampar Kiri en de
Kampar Kanan (Riau) en langs de Btanag Hari-rivier (Jambi). De vier traditionele
Minangkabaustammen zijn de Melayu, Tanjung, Jambak en de Chaniago. Minangkabauers staan
bekend als uitstekende boeren en handwerkslieden. Daarnaast hebben ze tevens een
belangrijk aandeel in de handel.
De vrouwen zijn de baas
De Minangkabau zijn vooral bekend door hun matrairchale familiesysteem. Huizen en land
zijn eigendom van de vrouwen. Toch heerst er geen diktatuur van de vrouwen, maar eerder
een machtsbalans tussen de geslachten. Naar buiten toe vertegenwoordigen de mannen de
familie. Ze hebben leidinggevende functies op sociaal en religieus gebied. Volgens een
spreekwoord van de Minangkabau heeft 'De man de eer, de vrouw het bezit'. Nog altijd is
het zo dat de man bij het huwelijk de bruid- of in dit geval dus de bruidegomsschat
ontvangt. Dit kan naar gelang de rijkdom van de familie van de bruid en de status van de
bruidegom een ring, een waterbuffel of zelfs een auto zijn. Na het huwelijk trekt de man
in het huis van zijn vrouw in. Hij dient nu de velden van zijn vrouw en zijn moeder te
bewerken. Als beloning voor zijn werk ontvangt hij een vastgesteld deel
van de oogst. Het kan ook het geval zijn dat er op kosten van de familie verder gestudeerd
wordt. De ouderlijke macht over de kinderen ligt bij de familie van de vrouw. Voor jongens
is niet de vader maar de oudste broer van de moeder de belangrijkste persoon. Na een
scheiding blijven de kinderen bij deze oom of bij hun moeder. De man moet wanneer hij niet
in zijn eigen onderhoud kan voorzien weer teruggaan naar zijn moeder.
Ofschoon de Minangkabau moslim zijn, vormt de islam geen bedreiging voor het matriarchaat.
Wat wel een bedreiging vormt is de westerse macho-cultuur zoals die in b-fims op de tv en
in de bioscopen te zien is. Onder invloed hiervan gaan jongeren zich in toenemende mate
verzetten tegen de oude matriarchale verhoudingen. Ook de trek naar de steden draagt ertoe
bij dat de oude verhoudingen in de knel raken; men verlaat de gemeenschap en de sociale
controle op het naleven van de adat.
De legende
Een oude legende vertelt hoe de Minangkabau aan hun naam kwamen. In een twist over
landbezit met Javanen werd besloten dat een gevecht tussen twee buffels uit moest maken
wie gelijk had. De Sumatranen kozen in plaats van een sterke buffel een jong kalf dat voor
zijn voeding nog afhankelijk was van zijn moeder. Ze lieten het 10 dagen verhongeren
waarna ze op de neus van het dier een ijzeren pen aanbrachten. De javanen, die hun
sterkste buffel in de strijd hadden geworpen stonden verbaast te kijken naar het kalf dat
de Sumatranen in de strijd hadden geworpen. Al heel spoedig werd duidelijk wat de
Sumatraanse list inhield. Wanhopig op zoek naar moedermelk boorde het kalf zijn neus in de
buik van de Javaanse buffel die dodelijk gewond door de ijzeren pen ter aarde stortte. De
strijd (minang) was door de kleine buffel (kerbau) gewonnen, vandaar de naam van de stam.
Vandaag de dag is de buffel nog altijd het symbool van de stam der Minangkabau.
Architectuur
De huizen (rumah gadang) van de Minangkabauers staan op palen, die tevens de afscheiding
tussen de verschillende afdelingen vormen. In deze afdelingen wonen de verschillende
groepen van het grotere familieverband. Elke man of vrouw blijft het hele leven lid van
zijn of haar maternale rumah (huis). Aan het traditionele Minangkabau huis wordt overigens
steeds een extra puntdak toegevoegd, wanneer moeder of oma (binnen de matriarchale
Minangkabause samenleving de baas in huis) een schoonzoon rijker is. Iedere dochter heeft
een eigen kamer waar ze haar man, die vaak alleen s'nachts komt, ontvangt. De kinderen
groeien op in het longhouse van de moeder. De man heeft weinig over hun opvoeding te
zeggen. Hoewel de Islam mannen als erfgenamen boven vrouwen stelt, gehoorzamen de
Minankabau hier nauwelijks aan.
Races
De Minangkabau zijn dol op races en wedstrijden. Hieronder staan de belangrijkste:
Paardenraces
Elke maand wordt ergens in de provincie een paardenrace gehouden. Het zijn
non-commercieele races tussen teams uit verschillende districten. De paarden worden
ongezadeld bereden. De afstanden van de races liggen tussen de achthonderd en
zestienhonderd meter. Informeer bij de plaatselijke VVV en touroperators waar en wanneer
de volgende races plaatsvinden.
Karbouwenraces
Deze races worden meestal gehouden als de velden geploegd moeten worden. Twee stieren
worden voor een ploeg gespannen. De jockey staat op de ploeg en spoort de beesten aan,
soms door ze in de staart te bijten.
Eendenraces
Deze bijzondere races worden soms in de omgevig van Payakumbuh gehouden. De eenden moeten
een traject van achthonderd tot tweeduizend meter vliegen. De winnaar is de eend die het
traject volgt en als eerste over de finish gaat.
|